AIWiser / AI-Begrippen

AI-Begrippen

Essentiële AI-termen, gestructureerd voor de Nederlandse markt

Snel Antwoord

AI-Begrippen is de gestructureerde encyclopedie van essentiële termen uit de wereld van kunstmatige intelligentie. Geen alfabetische lijst, maar een leerstructuur in vijf segmenten — van de fundamenten tot de techniek van morgen. Voor wie de taal van AI wil beheersen zonder te verdrinken in jargon.

Waarom 256 begrippen?

In de informatica is 256 geen willekeurig getal. Het is het maximale aantal waarden dat in één byte past — de bouwsteen waarop de hele digitale wereld is gebaseerd. Omdat computers bij nul beginnen met tellen, loopt de telling van 0 tot 255. Exact 256 termen.

Dit is geen knipoog om de knipoog. Het is een zelfopgelegde discipline. Bij elke nieuwe term die we toevoegen, valt er één af. Dat dwingt ons om voortdurend te kiezen welke begrippen het meest essentieel zijn op dit moment.

Hoe deze pagina werkt

De termen zijn verdeeld over vijf segmenten, elk met een eigen pagina. De volgorde is opbouwend — wie alles doorloopt, doorloopt feitelijk een leerpad van basis naar diepgang. De Nulmeting opent als term 0 binnen segment 1.

Binnen elk segment zijn de termen gegroepeerd op niveau:

Fundamenteel — bouwstenen waar alles op rust
Kern — begrippen die het AI-vakgebied dragen
Specifiek — termen die in deelgebieden relevant worden
Geavanceerd — termen voor specialisten
Frontier — termen die nu opkomen, mogelijk over twee jaar mainstream

Termen die als link zijn aangeduid, zijn vlaggenschip-begrippen met een eigen verdiepingspagina. De andere termen worden binnen hun segment-artikel verder behandeld.

De vijf segmenten

Segment 1 — De Basis & Concepten

De begrippen die je nodig hebt om mee te kunnen praten over AI. Geen wiskunde, geen architectuur, wel de woorden die in elk gesprek over kunstmatige intelligentie terugkomen.

Fundamenteel
  • AI — Computersystemen die taken uitvoeren die normaal menselijke intelligentie vereisen.
  • Algoritme — Een stapsgewijze instructie of regelset om een probleem op te lossen.
  • Data — De brandstof voor AI; informatie die wordt gebruikt om modellen te trainen.
  • Deep Learning — Een subcategorie van ML die gebruikmaakt van gelaagde neurale netwerken.
  • Machine Learning — Een vorm van AI waarbij systemen zelfstandig leren van data.
  • Model — De output van een trainingsproces; een wiskundig algoritme dat voorspellingen doet.
  • Neuraal Netwerk — Een computermodel geïnspireerd op de werking van het menselijk brein.
  • Nulmeting — Het startpunt waarmee de prestaties van een AI-model worden vergeleken.
Kern
  • Agent — Een AI-systeem dat zelfstandig doelen probeert te bereiken door acties uit te voeren.
  • AGI (Artificial General Intelligence) — AI die elk intellectueel probleem kan oplossen dat een mens ook kan.
  • ANI (Artificial Narrow Intelligence) — AI gespecialiseerd in één specifieke taak.
  • Automatisering — Het gebruik van technologie om taken uit te voeren zonder menselijke tussenkomst.
  • Autonomie — Het vermogen van een systeem om zelf beslissingen te nemen.
  • Bias — Systematische fouten of vooroordelen in AI-uitkomsten door gekleurde data.
  • Chatbot — Software ontworpen om menselijke conversatie te simuleren.
  • Ethiek in AI — De morele principes en richtlijnen voor het ontwikkelen van AI.
  • Generatieve AI — AI die nieuwe content creëert, zoals tekst, afbeeldingen of audio.
  • GPT (Generative Pre-trained Transformer) — Een specifiek type architectuur voor tekstgeneratie.
  • Hallucinatie — Wanneer een AI-model feitelijk onjuiste informatie als waarheid presenteert.
  • LLM (Large Language Model) — Een model getraind op enorme hoeveelheden tekst.
  • NLP (Natural Language Processing) — De technologie die machines menselijke taal laat begrijpen en genereren.
  • Predictive AI — AI die historische data gebruikt om toekomstige uitkomsten te voorspellen.
  • Prompt — De instructie of vraag die een gebruiker aan een AI-model geeft.
  • Token — Een kleine eenheid van tekst die een AI verwerkt.
  • Trainingsdata — De specifieke dataset die een model gebruikt om patronen te leren.
  • Transformer — De architectuur achter bijna alle moderne taalmodellen.
Specifiek
  • Big Data — Extreem grote datasets die AI nodig heeft voor complexe analyses.
  • Black Box AI — Een model waarvan het besluitvormingsproces niet transparant is.
  • Cognitive Computing — Systemen die menselijke denkprocessen nabootsen.
  • Computer Vision — De tak van AI die computers visuele informatie laat ‘zien’ en interpreteren.
  • Context Window — De hoeveelheid informatie die een model tegelijkertijd kan onthouden.
  • Data-annotatie — Het handmatig labelen van ruwe data zodat AI-modellen kunnen leren.
  • Data Mining — Het ontdekken van patronen in grote hoeveelheden data.
  • Heuristiek — Een praktische methode of vuistregel om snel een oplossing te vinden.
  • Inference — Het proces waarbij een getraind model een voorspelling doet op nieuwe data.
  • Parameter — Een variabele binnen een model die tijdens het trainen wordt aangepast.
  • Prompt Engineering — De kunst van het optimaal formuleren van prompts.
  • Robotica — Het vakgebied van fysieke machines die door AI worden aangestuurd.
  • Turingtest — Een test om te bepalen of een machine intelligent gedrag vertoont.
  • XAI (Explainable AI) — AI die zo is ontworpen dat mensen begrijpen waarom een beslissing is genomen.
Geavanceerd
  • ASI (Artificial Superintelligence) — Een hypothetische AI die de menselijke intelligentie op alle vlakken overstijgt.

Segment 2 — Machine Learning & Deep Learning

De motor onder de motorkap. Hoe leren AI-systemen, welke architecturen zitten achter neurale netwerken, wat zijn de bouwstenen van moderne taalmodellen?

Fundamenteel
  • Classification — Data indelen in vooraf gedefinieerde categorieën.
  • Gradient Descent — Een optimalisatie-algoritme om de loss te minimaliseren.
  • Layer (Laag) — Een verzameling neuronen binnen een neuraal netwerk.
  • Loss Function — Meet hoe ver de voorspelling van het model afligt van de werkelijke waarde.
  • Neuron — Een basisrekeneenheid in een neuraal netwerk.
  • Regression — Het voorspellen van een getalwaarde.
  • Reinforcement Learning — Leren door vallen en opstaan op basis van beloningen en straffen.
  • Supervised Learning — Leren van gelabelde data waarbij de uitkomst bekend is.
  • Unsupervised Learning — Het vinden van patronen in data zonder labels.
  • Weights (Gewichten) — De waarden die de sterkte van de verbinding tussen neuronen bepalen.
Kern
  • Activation Function — Bepaalt of een neuron ‘vuurt’ op basis van de input.
  • Attention Mechanism — Laat het model focussen op de belangrijkste delen van de input.
  • Backpropagation — De techniek om fouten terug te koppelen in een neuraal netwerk.
  • Batch Size — Het aantal voorbeelden dat tegelijk wordt verwerkt voordat het model wordt bijgewerkt.
  • Biases — Een constante waarde toegevoegd aan de berekening van een neuron.
  • Embeddings — Woorden of data omzetten in getallenreeksen (vectoren).
  • Epoch — Eén volledige ronde waarbij de hele dataset door het model is gegaan.
  • Fine-tuning — Een bestaand model verder trainen op een specifieke dataset.
  • Foundational Model — Een groot model dat als basis dient voor vele andere toepassingen.
  • Hidden Layer — De tussenliggende lagen waar de eigenlijke berekeningen plaatsvinden.
  • Hyperparameter — Instellingen die vóór het trainen worden vastgelegd.
  • Input Layer — De eerste laag die de data ontvangt.
  • Multimodal AI — AI die verschillende soorten data tegelijk kan verwerken.
  • Output Layer — De laatste laag die het eindresultaat geeft.
  • Overfitting — Wanneer een model de trainingsdata té goed leert.
  • Self-Attention — De kern van de Transformer-architectuur.
  • Semi-Supervised Learning — Een combinatie van gelabelde en ongelabelde data.
  • Transfer Learning — Een getraind model gebruiken voor een nieuwe, gerelateerde taak.
  • Underfitting — Wanneer een model te simpel is om de patronen in de data te begrijpen.
Specifiek
  • Chain of Thought — Een techniek waarbij de AI wordt gevraagd zijn denkstappen te laten zien.
  • Clustering — Gelijksoortige data bij elkaar groeperen zonder labels.
  • CNN (Convolutional Neural Network) — Specifiek neuraal netwerk voor beeldverwerking.
  • Decoder — Zet de interne representatie om naar de gewenste output.
  • Dimensionality Reduction — Het vereenvoudigen van data zonder essentieel verlies van informatie.
  • Discriminator — Het deel van een GAN dat ‘echt’ van ‘nep’ onderscheidt.
  • Dropout — Het willekeurig uitschakelen van neuronen tijdens training.
  • Edge AI — AI die direct op een lokaal apparaat draait in plaats van in de cloud.
  • Encoder — Verwerkt de input naar een interne representatie.
  • Federated Learning — Trainen op verschillende apparaten zonder de ruwe data te delen.
  • Few-shot Learning — Een taak leren met slechts een handvol voorbeelden.
  • GAN (Generative Adversarial Network) — Twee netwerken die tegen elkaar strijden om realistische data te maken.
  • Generator — Het deel van een GAN dat de ‘nep’ data maakt.
  • Inference Engine — De software die de logica uitvoert om tot een resultaat te komen.
  • LSTM (Long Short-Term Memory) — Een type RNN dat informatie over lange tijd kan onthouden.
  • NER (Named Entity Recognition) — Het herkennen van eigennamen zoals personen of locaties.
  • PCA (Principal Component Analysis) — Een techniek voor dimensiereductie.
  • Quantization — Het verkleinen van een model door precisie te verlagen.
  • RAG (Retrieval-Augmented Generation) — AI koppelen aan een externe database voor actuele en feitelijke antwoorden.
  • Regularization — Technieken om overfitting te voorkomen.
  • ReLU (Rectified Linear Unit) — Een veelgebruikte activatiefunctie.
  • RLHF (Reinforcement Learning from Human Feedback) — Het model verfijnen op basis van menselijke beoordelingen.
  • RNN (Recurrent Neural Network) — Netwerk dat data in een reeks verwerkt.
  • Sentiment Analysis — Het bepalen van de emotie of toon in een tekst.
  • Sigmoid — Een functie die waarden tussen 0 en 1 geeft.
  • Softmax — Gebruikt bij classificatie om kansen te berekenen.
  • Temperature — Een parameter die bepaalt hoe creatief of voorspelbaar de output is.
  • Zero-shot Learning — Een taak uitvoeren zonder dat het model daar specifiek voor getraind is.
Geavanceerd
  • Knowledge Distillation — Een groot model ‘samenvatten’ tot een kleiner, sneller model.
  • Latent Representation — Hoe AI complexe data versimpelt tot een reeks getallen.
  • Model Merging — Twee of meer modellen combineren tot één superieur model.

Segment 3 — NLP & Generatieve AI

De techniek achter chatbots, beeldgeneratoren en alles wat AI laat creëren. Tokenization, prompts, hallucinaties, diffusie-modellen, multimodaliteit.

Fundamenteel
  • Tokenization — Het opknippen van tekst in kleinere stukjes (tokens).
  • Word Embedding — De numerieke representatie van een woord in een meerdimensionale ruimte.
Kern
  • API (Application Programming Interface) — De brug waarmee software praat met een AI-model.
  • Claude — De AI-assistent van Anthropic, gericht op veiligheid.
  • Deepfake — Realistisch ogende maar gemanipuleerde video of audio.
  • Diffusion Model — Technologie achter beeldgeneratoren zoals Midjourney en DALL-E.
  • Gemini — Het krachtigste AI-model van Google.
  • Latent Space — De verborgen ruimte waarin AI-modellen concepten en stijlen opslaan.
  • Llama — De open-source model-familie van Meta.
  • Mistral — Een toonaangevend Europees open-source AI-model.
  • MoE (Mixture of Experts) — Een modelarchitectuur die alleen relevante delen activeert.
  • Multi-agent System — Meerdere AI-systemen die samenwerken aan één taak.
  • Prompt Injection — Een aanval waarbij gebruikers de AI dwingen zijn instructies te negeren.
  • Semantic Search — Zoeken op betekenis in plaats van alleen op trefwoorden.
  • Small Language Model (SLM) — Compactere modellen die sneller en goedkoper zijn.
  • Synthetic Data — Kunstmatig gegenereerde data om modellen mee te trainen.
  • System Prompt — De verborgen instructie die het basisgedrag van een AI bepaalt.
Specifiek
  • Auto-GPT — Een experimenteel systeem dat zichzelf opdrachten geeft.
  • Beam Search — Een algoritme dat de meest waarschijnlijke volgende woorden kiest.
  • Chain-of-Thought Prompting — De AI vragen om stap-voor-stap te redeneren.
  • ChatML (Chat Markup Language) — Een standaardformaat voor gesprekken tussen mens en AI.
  • Constitutional AI — AI getraind volgens een set vastgelegde ‘grondwetten’.
  • Context Compression — Techniek om lange teksten in te korten zodat ze in het context window passen.
  • Context Stuffing — Het proberen te proppen van te veel info in een prompt.
  • Contextual Embeddings — Woordbetekenis die verandert op basis van omliggende woorden.
  • Few-shot Prompting — De AI een paar voorbeelden geven in de prompt.
  • Fine-tuning on Instructions — Modellen specifiek trainen om opdrachten op te volgen.
  • Grounding — Het koppelen van AI-antwoorden aan verifieerbare, externe feiten.
  • Hallucination Rate — De frequentie waarmee een model onwaarheden genereert.
  • In-painting — Het repareren of aanpassen van een specifiek deel van een AI-afbeelding.
  • Jailbreaking — Het omzeilen van de veiligheidsfilters van een AI-model.
  • Knowledge Graph — Een netwerk van informatie dat relaties tussen concepten laat zien.
  • Latency — De tijd die de AI nodig heeft om een antwoord te genereren.
  • Lemmatisering — Woorden terugbrengen naar hun basisvorm.
  • Modality — Het type input (tekst, beeld, audio).
  • Negative Prompt — Instructies over wat de AI niet moet doen of genereren.
  • Orchestration — Het managen van verschillende AI-modellen en tools in één workflow.
  • Out-painting — Een afbeelding verder uitbreiden buiten de oorspronkelijke kaders.
  • Perplexity — Een maatstaf voor hoe goed een taalmodel tekst voorspelt.
  • Persona — De specifieke rol of toon die je een AI-assistent geeft.
  • Red Teaming — Het moedwillig proberen de AI te laten ‘breken’.
  • Self-Correction — Het vermogen van een model om eigen fouten te herkennen en te herstellen.
  • Speech-to-Text (STT) — AI die gesproken woorden transcribeert naar tekst.
  • Stochastic Parrots — Een kritische term voor AI die tekst genereert zonder echt begrip.
  • Stop Words — Veelvoorkomende woorden die vaak uit data worden gefilterd.
  • Text-to-Speech (TTS) — AI die geschreven tekst omzet in natuurlijke spraak.
  • Throughput — Hoeveel data een AI-systeem per seconde kan verwerken.
  • Top-K Sampling — Een techniek om de keuze tot de K meest waarschijnlijke woorden te beperken.
  • Top-P (Nucleus) Sampling — Woordkeuze op basis van een cumulatieve kansverdeling.
  • Word2Vec — Een techniek om woorden om te zetten in vectoren op basis van context.
  • Zero-shot Prompting — Een vraag stellen zonder enige uitleg of voorbeelden vooraf.

Segment 4 — Ethiek, Wetgeving & Maatschappij

De impact van AI op ons leven, de regels die we eraan stellen, en de morele keuzes bij ontwikkeling en inzet.

Fundamenteel
  • Accountability — Wie er verantwoordelijk is als een AI-systeem een fout maakt.
  • Algorithmic Bias — Vooroordelen in besluitvorming door slechte trainingsdata.
  • Data Privacy — Bescherming van persoonlijke gegevens bij het trainen van AI.
  • EU AI Act — De Europese wetgeving die de risico’s van AI reguleert.
  • Transparency — De mate waarin inzichtelijk is hoe een AI tot een besluit komt.
Kern
  • Alignment — Het proces om AI-doelen gelijk te trekken met menselijke waarden.
  • AI Safety — Onderzoek naar het voorkomen van onbedoeld schadelijk gedrag van AI.
  • AI-Soevereiniteit — Het streven naar eigen AI-modellen en infrastructuur.
  • Anthropomorphism — De neiging om menselijke eigenschappen aan AI toe te dichten.
  • Carbon Footprint of AI — De CO2-uitstoot veroorzaakt door enorme datacenters.
  • Compute — De rekenkracht die nodig is om modellen te draaien.
  • Echo Chamber — Versterking van meningen door AI-gestuurde sociale media.
  • Existential Risk — Het risico dat AI een bedreiging vormt voor het voortbestaan van de mens.
  • Filter Bubble — Een situatie waarin AI-algoritmes je alleen laten zien wat je al vindt.
  • Human-in-the-loop — Een proces waarbij een mens de uiteindelijke AI-beslissing controleert.
  • Singularity — Het theoretische punt waarop AI zichzelf sneller verbetert dan mensen kunnen bijhouden.
  • Social Scoring — Het beoordelen van burgers via AI.
  • Surveillance AI — AI ingezet voor massale monitoring en gezichtsherkenning.
  • Technologische Werkloosheid — Banenverlies door automatisering via AI.
  • Watermarking — Een onzichtbaar kenmerk toevoegen aan AI-content voor herkenning.
Specifiek
  • AI Ethics Board — Een commissie die toeziet op ethisch verantwoorde AI-ontwikkeling.
  • Algorithm Governance — Het toezicht op het gebruik van algoritmes binnen organisaties.
  • Algorithmic Transparency — Openheid over de werking van algoritmes.
  • Bias Mitigation — Technieken om vooroordelen uit AI-systemen te verwijderen.
  • Copyright AI — De juridische strijd over auteursrecht op AI-output en trainingsdata.
  • Data Ethics — Het moreel verantwoorde beheer van datasets.
  • Data Sovereignty — Het recht van landen of personen op hun eigen data.
  • Deepfake Detection — Technologie om AI-gegenereerde content te herkennen.
  • Deepfake Pornography — Een van de meest schadelijke misbruiken van generatieve AI.
  • Digital Divide — De kloof tussen mensen die wel en geen toegang hebben tot AI.
  • Doomerism — De overtuiging dat AI onvermijdelijk tot de ondergang van de mensheid leidt.
  • E-waste — De milieu-impact van de hardware die nodig is voor AI.
  • Effective Altruism (EA) — Een beweging die veel invloed heeft op AI-veiligheidsonderzoek.
  • Fairness — Het streven naar gelijke behandeling van alle groepen door AI.
  • Informed Consent — Toestemming van gebruikers voor het gebruik van hun data voor AI.
  • Model Cards — Een soort ‘etiket’ voor AI-modellen met info over prestaties en bias.
  • Model Collapse — De theorie dat AI-modellen slechter worden als ze getraind worden op AI-data.
  • Opt-out — Het recht van makers om hun data niet te laten gebruiken voor AI-training.
  • Right to Explanation — Het recht van burgers op uitleg over een geautomatiseerd besluit.
  • Robot Law — De wetten die de omgang met en verantwoordelijkheid van robots regelen.
  • Shadow AI — Het gebruik van AI-tools binnen een bedrijf zonder toestemming van de IT-afdeling.
  • Techno-optimism — Het geloof dat AI bijna alle wereldproblemen zal oplossen.
  • Trolley Problem (AI) — Ethische dilemma’s bij zelfrijdende auto’s in noodsituaties.
  • Universal Basic Income (UBI) — Een voorgestelde oplossing voor banenverlies door AI.
  • User Agency — De mate waarin een gebruiker controle houdt over de AI.
  • Weaponized AI — Het gebruik van AI in autonome wapensystemen.
Geavanceerd
  • Differential Privacy — Een techniek om individuele data in een dataset te anonimiseren.
  • Privacy-Preserving ML — Trainen van AI zonder ooit de ruwe data te zien.

Segment 5 — Geavanceerde Techniek & Trends

Voor wie verder wil dan de mainstream. De nieuwste chip-technologieën, complexe model-architecturen en termen die over twee jaar standaard kunnen zijn — of weer verdwenen.

Fundamenteel

Geen termen op dit niveau. Wat fundamenteel is voor AI staat in segment 1 en 2. Dit segment bevat termen die nieuw zijn en zich nog moeten uitkristalliseren — sommige worden over twee jaar Kern of Specifiek, andere verdwijnen weer. Daarom is hier een extra niveau toegevoegd: Frontier.

Kern
  • AI Agent Loop — Het proces waarbij een agent een actie uitvoert, observeert en plant.
  • AI Governance — Het beleid en de regels binnen een organisatie voor veilig AI-gebruik.
  • CUDA — Een platform van NVIDIA waarmee software direct gebruikmaakt van de GPU.
  • Emergent Behavior — Onverwachte vaardigheden die een AI-model plotseling vertoont.
  • Hugging Face — Het belangrijkste wereldwijde platform voor open-source AI-modellen.
  • Instruction Tuning — Het proces waarbij een model wordt geleerd om opdrachten op te volgen.
  • Knowledge Cutoff — De datum waarop de trainingsdata van een AI-model stopt.
  • PyTorch — Een veelgebruikt programmeer-framework voor deep learning, ontwikkeld door Meta.
  • RAG-implementatie — De praktijk van complete RAG-systemen met alle componenten.
  • TensorFlow — Een krachtig AI-framework ontwikkeld door Google.
  • TPU (Tensor Processing Unit) — Door Google ontwikkelde chips, specifiek voor AI-berekeningen.
  • Vector Database — Een gespecialiseerde database die gegevens opslaat als vectoren.
Specifiek
  • Auto-regressive Model — Een model dat elk volgend woord voorspelt op basis van voorgaande woorden.
  • Bi-Encoder — Een sneller model voor het vergelijken van teksten.
  • ControlNet — Een toevoeging aan beeldmodellen voor exacte sturing van compositie.
  • Cosine Similarity — Een specifieke berekening om te bepalen hoe gelijk twee tekstfragmenten zijn.
  • Cross-Encoder — Een model dat de relatie tussen twee teksten zeer nauwkeurig beoordeelt.
  • Data Augmentation — Het kunstmatig vergroten van een dataset door bestaande data te wijzigen.
  • Deep Learning Pipeline — De volledige route van ruwe data naar een werkend AI-model.
  • Ensemble Learning — Meerdere modellen samenvoegen om een betere voorspelling te doen.
  • Exploding Gradient — Wanneer signalen te sterk worden en het model onstabiel raakt.
  • GPU Cloud — Online verhuur van videokaarten specifiek voor het trainen of draaien van AI.
  • Hyperparameter Tuning — Het zoeken naar de beste instellingen voor een AI-model.
  • In-Context Learning — Het vermogen van een model om te leren van instructies binnen de prompt.
  • Inference Cost — De kosten om één enkel antwoord uit een AI-model te genereren.
  • LoRA (Low-Rank Adaptation) — Een methode om met minimale rekenkracht een AI-model aan te passen.
  • LPU (Language Processing Unit) — Nieuwe generatie chips voor extreem snelle tekstgeneratie.
  • Model Hub — Een centrale plek waar AI-modellen worden opgeslagen en gedownload.
  • Model Pruning — Het verwijderen van onnodige verbindingen in een neuraal netwerk.
  • Multi-Head Attention — Het mechanisme om op verschillende aspecten van een zin tegelijk te letten.
  • ONNX (Open Neural Network Exchange) — Een open standaard voor het uitwisselen van AI-modellen.
  • PEFT (Parameter-Efficient Fine-Tuning) — Verzamelnaam voor technieken zoals LoRA.
  • Prompt Chaining — Het achter elkaar schakelen van verschillende prompts.
  • Recursive Character Text Splitter — Een methode om tekst in logische blokken te hakken voor RAG.
  • Retrieval Score — Een cijfer dat aangeeft hoe relevant een gevonden document is.
  • Self-Instruct — Een methode waarbij een AI zijn eigen trainingsvoorbeelden genereert.
  • Soft Robotics — Robots gemaakt van flexibele materialen, vaak aangestuurd door AI.
  • Stable Diffusion — Een populair open-source model voor het genereren van afbeeldingen.
  • Token Limit — Het maximale aantal tokens dat een AI in één keer kan verwerken.
  • Vanishing Gradient — Wanneer signalen te zwak worden en het model stopt met leren.
  • Vector Similarity Search — Het zoeken naar informatie op basis van wiskundige nabijheid.
  • Vision Transformer (ViT) — Een Transformer-architectuur toegepast op afbeeldingen.
  • Weight Decay — Een techniek om te voorkomen dat gewichten te groot worden tijdens training.
Geavanceerd
  • Knowledge Distillation (toepassing) — De praktische manier om een goedkoper model te bouwen.
  • Long Context Window — Modellen die hele boeken of complete codebases in één keer verwerken.
  • RLAIF (Reinforcement Learning from AI Feedback) — Een model trainen met feedback van een ander AI-model.
Frontier
  • Agentic Workflow — Werken waarbij AI-agents zelfstandig plannen en tools gebruiken.
  • Constitutional Reasoning — Het vermogen van AI om expliciet te redeneren binnen vastgelegde principes.
  • GPU Poor — Een term voor ontwikkelaars met beperkte toegang tot AI-hardware.
  • Liquid Neural Networks — Neurale netwerken die parameters tijdens uitvoering aanpassen.
  • Mechanistic Interpretability — Onderzoek naar wat er feitelijk binnenin een AI-model gebeurt.
  • Neuromorphic Computing — Hardware die de fysieke structuur van menselijke hersenen nabootst.
  • Quantized Fine-Tuning (QLoRA) — Een techniek om grote modellen efficiënt te trainen op consumentenhardware.
  • Sparse MoE — Een MoE-model waarbij slechts een fractie van het netwerk per token wordt geactiveerd.
  • Test-Time Compute — Het vergroten van rekenkracht op het moment dat AI antwoord geeft.

AI-Begrippen in het AIWiser-ecosysteem

Deze pagina is geen losstaande woordenlijst. Ze is het bindweefsel onder alle hubs van AIWiser:

De AI-Strategie put uit segment 1 (basis), segment 4 (governance) en segment 5 (frontier-technologie).

Het AI-Groeimodel bouwt op begrippen uit segment 1, segment 2 en segment 3.

De AI-Rollen gebruiken vaktaal uit alle vijf segmenten.

De AI Top 100 — tools die de begrippen tot leven brengen.

De AI-Publicaties — de wetenschappelijke onderbouwing achter de definities.

Hoe deze pagina is gemaakt

Boven elk artikel op AIWiser staat “Peter & AI”. Deze gestructureerde lijst is samengesteld in dialoog met meerdere AI-systemen — Claude, Gemini en ChatGPT — en gevalideerd op consistentie en volledigheid. De selectie volgt het principe dat elke nieuwe term een oude doet vervallen, zodat het overzicht compact en relevant blijft.

Snel beginnen

Net begonnen met AI? Begin bij segment 1 (De Basis & Concepten) en lees in volgorde.

Werkt al met AI maar wil de techniek begrijpen? Spring naar segment 2 (Machine Learning & Deep Learning) of segment 3 (NLP & Generatieve AI).

Verantwoordelijk voor implementatie of beleid? Start bij segment 4 (Ethiek, Wetgeving & Maatschappij), kom terug voor de techniek.

Volgt de frontier? Ga direct naar segment 5 voor de termen die in 2026 het veld bewegen.

De AI-Begrippen in vijf segmenten

Scroll naar boven